Een dagdeel op pad met wijkopzichter Rob van den Bogaard levert spontane gesprekjes, opmerkelijke anekdotes en bijzondere ontmoetingen op. In krap drie uur tijd doorkruisen we Hoge Vucht, Geeren-Zuid en Doornbos-Linie en leggen we acht bezoeken af in Noord-Breda. Sommige gepland, andere ongepland: het weerspiegelt de veelzijdigheid van Robs werk. “Ik heb wel een agenda maar ik weet nooit precies hoe mijn dag eruit ziet. Dat vind ik het allerleukste.”

Sinds elf jaar is Rob wijkopzichter in Hoge Vucht, Geeren-Zuid, Doornbos-Linie, een stukje centrum en Oosterhout: in totaal zo’n 3.500 woningen. In nauwe samenwerking met complexbeheerders, wijkconsulenten, onderhoudsmonteurs, externe partners en instanties zorgt Rob ervoor dat bewoners zo’n aangenaam mogelijk kunnen wonen in hun wijk. Schoon, heel en veilig is het devies. Rob is de spil tussen woningcorporatie en huurders waar het gaat om inspecties, klachten, opleveringen en aanvaardingen van woningen: een functie waarin het aankomt op sociale én technische vaardigheden.

Oplosser

Rob: “Mensen zien mij vooral als iemand die zaken voor ze oplost en regelt: de ene keer kan ik dat zelf, een andere keer heb ik daar collega’s voor nodig. Snel schakelen, geen dingen beloven die je niet kunt waarmaken, een luisterend oor bieden, eerlijk zijn, daar komt het grofweg op neer. Ondanks dat de omstandigheden niet altijd even plezierig zijn, ben ik in mijn hele carrière slechts één keer een woning uitgezet omdat de bewoner boos was. Dat komt doordat ik direct met ze in gesprek ga. Face-to-face. Een boze mail beantwoord ik niet met een mail, maar met een bezoek.” 

En route

Het eerste bezoek dat we samen met Rob afleggen betreft de controle van het brandveiligheidssysteem in een verzorgingstehuis in de Kangoeroestraat in Breda. Het is 11.00 uur: Rob is dan al zo’n vier uur in touw. Om 7.00 uur op kantoor, ingekomen mail gecheckt, de planning doorgenomen en rond 08.30 uur op pad. Voordat we bij hem aansluiten, heeft hij de brandveiligheid van twee gezinsvervangende tehuizen en twee studentenwoningen al gecheckt. Rob: “Ik ben gemiddeld twee uur per dag op kantoor. Voornamelijk voor administratieve zaken en overleg. De overige zeven uur ben ik in de wijk. Een wijkopzichter móet in de wijk zijn. Bij de mensen.”

Brandmeldinspectie

Rob voert de controle van het brandveiligheidssysteem zorgvuldig uit. Hij logt in op de meldkamer, activeert de testmodus, spuit rook op de brandmelders en constateert tevreden dat de brandmelders en het alarmsysteem prima werken. Binnen no time is de verantwoordelijke medewerkster ter plekke. Mooi, alles werkt. De bewoners hebben niets in de gaten. “Iedere eerste en tweede woensdagochtend van de maand voer ik deze brandmeldinspecties  uit bij onze panden in Breda. Eén keer is het misgegaan: had ik niet goed bevestigd dat we in de testmodus zaten. Binnen twee minuten stonden er drie brandweerauto’s op de stoep.” Scherpte vereist dus. 

30-jarig jubileum

Na de inspectie stappen we in de auto en rijden van de Kangoeroestraat naar de Baliëndijk in Doornbos-Linie. Rob vertelt ondertussen uitgemeten over zijn carrière bij Alwel (voorheen AlleeWonen). In augustus viert hij zijn 30-jarig jubileum. Op zeventienjarige leeftijd treedt hij als technische onderhoudsmedewerker in dienst bij de voorganger van Alwel. “Ik was echt nog een broekie, kwam recht van de LTS. Sommige machines mocht ik niet eens bedienen, want daarvoor moest je achttien zijn. Na een korte onderbreking waarin hij zijn dienstplicht vervult, werkt hij elf jaar als onderhoudsmedewerker. Vervolgens wordt hij technisch opzichter en stuurt hij de onderhoudsdienst aan, om in 2005 zijn droombaan te vinden: wijkopzichter. Rob: “Ik heb de combinatie tussen techniek en contact met mensen altijd geweldig gevonden. Die twee aspecten komen perfect samen in mijn huidige functie.” 

Ik heb de combinatie tussen techniek en contact met mensen altijd geweldig gevonden. Die twee aspecten komen perfect samen in mijn huidige functie.
Even de loodgieter regelen voor deze bewoners
Bezoekje aan de Buurtsalon in Liniekwartier

Woninginspecties

Inmiddels is het 11.45 uur en zijn we aangekomen op de Baliëndijk. Rob moet er twee inspecties doen: één woning in Baliehoek is door huisuitzetting vrijgekomen en moet geïnspecteerd worden voordat hij opnieuw in het verhuuraanbod kan. De woning ziet er tot verbazing van Rob op en top uit. Hij maakt aantekeningen op zijn tablet voor de administratie: de woning kan weer worden verhuurd. 

Waterschade

De tweede bezichtiging in het complex betreft een appartement met waterschade. Door een verstopping is het rioolwater in de woning gelopen, net na het moment dat de vorige verhuurder zijn intrek zou nemen in het verzorgingstehuis. Helaas stond een deel van de inboedel nog in de woning. Rob heeft in overleg met de dochters een container laten komen voor de onbruikbare spullen. “Dat zijn we niet verplicht, maar ik kon die dochters ook niet zo met die troep achterlaten.” Verder werd een reconditioneringsbedrijf ingeschakeld voor de schoonmaak. Rob doet de inspectie en legt de schoonmaker van dienst precies uit wat hij van hem verwacht. Bij een eerste inspectie bleek het bedrijf eerdere beloften namelijk niet te zijn nagekomen. 

‘Vuurwerkoma’

Onderweg naar de volgende tussenstop - voor een korte pauze bij buurtvrijwilligersinitiatief ‘De Buurtsalon’ op het Edisonplein – rakelt Rob tal van anekdotes op. Van oplichters die een huurwoning van Alwel op Marktplaats aanbieden, het slot forceren en er nog een nieuwe vloer bij willen verkopen. Van aanbiedingen die hij krijgt om woningen te verhuren voor wietteelt, in ruil voor 10% van de opbrengst. Van ‘vuurwerkoma’, die 350 kilo vuurwerk in de berging van haar huurwoning had liggen, zonder ze het zelf wist; haar zoon had het daar weggelegd. Of van het briefje dat hij eens vond toen hij met de deurwaarder de inboedel moest op gaan nemen van een overleden huurder. Niemand van de familie had zich na het overlijden gemeld. Tussen de spullen vond Rob een briefje: ‘Dag lieve opa, ik kom snel weer. Was er dus wél familie. 

Vrolijke gezichten

Aangekomen bij ‘De Buurtsalon’ op het Edisonplein wordt Rob vastgeklampt door een man in traditionele islamitische kledij. Hij pakt zijn hand stevig vast en schudt ‘m uitbundig. In perfect Nederlands bedankt hij Rob voor het snel vervangen van de brievenbus. Iemand bleek de post steeds uit zijn brievenbus te halen, met tal van vervelende vervolgen. Maar dat probleem was met een nieuw slot op de brievenbus razendsnel opgelost. Een jongedame met hoofddoek steekt vrolijk haar hand op en zwaait naar Rob. “Dat is de dochter van een gezin dat hier vorig jaar is komen wonen. Vluchtelingen uit Afghanistan. Ik heb destijds de aanvaarding van hun woning met ze gedaan. Ze groeten me nog altijd heel vriendelijk als ik ze tegenkom.” 

Aanvaarding statushouder

Zo’n aanvaarding van een statushouder staat ook vanmiddag op het programma. Een jonge, alleenstaande vluchteling uit Afghanistan die een jaar in het AZC in Oisterwijk zat, krijgt vandaag een HAT-woning aangeboden in een flat aan de Roeselarestraat. Precies om 13.00 stappen we binnen, een kwartier later volgt de nieuwe huurder die wordt begeleid door een vrijwilligster van Vluchtelingenwerk Breda. Rob neemt samen met hen alle standen op, neemt de procedures door, laat de contracten en overige papieren ondertekenen en voorziet de jongeman van de benodigde informatie. Alles wordt weer ingevuld op de tablet en de aanvaarding is rond. De nieuwe bewoner verontschuldigt zich dat hij ons geen koffie kan aanbieden en blijft ‘Thank you, thank’ zeggen. Rob bij het verlaten van het complex: “Kijk nou eens naar die jongen. Wat die allemaal achter de rug heeft, de reis die hij heeft moeten maken, alleen, alles achtergelaten....”

Beroepsdeformatie

We stappen weer in de auto, terug naar het Edisonplein, want daar vindt het wekelijkse spreekuur met de wijkconsulent plaats. En route wijst Rob aan welke projecten Alwel in de wijk heeft lopen of heeft uitgevoerd. Ondertussen kijkt hij voortdurend rond of hij geen opmerkelijke dingen ziet. Een soort beroepsdeformatie. “Ik kan niet door de wijk rijden zonder mijn oren en mijn ogen goed de kost te geven.” We schuiven kort aan bij het spreekuur in ‘De Buurtsalon’. Een huurder klaagt over het hoge gras achter zijn appartementencomplex. Rob neemt direct telefonisch contact op met de verantwoordelijke man binnen Alwel: wordt geregeld. Jeugdnetwerkbeheerder John van Social Works loopt ook even binnen om een paar lopende zaken door te nemen. Dan is het alweer tijd voor het volgende bezoek. 

Klachten oplossen

In de Vuchtstraat in Linie heeft een huurder geklaagd over loskomend gips in de woonkamer. We rijden erheen. Rob inspecteert de muur, constateert dat schade en geeft vaste aannemer Rasenberg de opdracht om alles binnen drie werkdagen te komen repareren. Doordat de bewoner beperkt Nederlands spreekt en verstaat, belt Rob diens begeleider en verifieert met hem alle afspraken. Op naar de volgende: een aanhoudende klacht over een lekkage. De huurder had Rob nog niet verwacht en vraagt hem drie kwartier later terug te komen. Rob weifelend: “Dan ga ik eerst maar naar kantoor, om daar wat administratie af te handelen.” Nauwelijks in de auto worden we gebeld door de woningconsulente. Een huurster heeft problemen met de Ziggo- en KPN-aansluitingen in de woning: de kabel is volgens haar namelijk niet aanwezig. “Ik kom zo meteen wel even kijken,” zegt Rob en in plaats van naar kantoor gaat hij op weg. “Kantoor komt later wel. De huurders hebben me nodig.”

 

Tekst: Etienne van Breugel E10 communicatie

Fotografie: José Diepstraten