“In alle vrijheid op pad om mensen te helpen. Dat is het prachtige aan deze baan”, vertelt onderhoudsmonteur Marco Weezepoel.

Klokslag acht uur

De onderhoudsmonteur is het gezicht van Alwel (voorheen AlleeWonen). Hij komt daadwerkelijk binnen bij huurders en ziet wat wonen in een huis van de corporatie in de praktijk betekent. Om een beeld te krijgen van zijn werk, liepen we een ochtendje mee met Marco. “Binnen vijf minuten ken je iemands levensverhaal.”

 

Het eerste ochtendlicht kruipt door de ramen als de eerste monteurs zich al melden bij het depot van Alwel, vlakbij het station van Roosendaal. Hiervandaan vertrekken elke ochtend een tiental medewerkers om klussen te klaren bij huurders in de stad. Om klokslag acht uur rijdt een lint van transportwagens, volgeladen met gereedschap en reserve-onderdelen, naar buiten. Aan het stuur zitten allround klusjesmannen, sommigen met een specialisme als loodgieter of timmerman.

 

Wij zijn ingestapt bij Marco Weezepoel, die al een kleine twintig jaar voor de woningcorporatie werkt. Zijn eerste bestemming vandaag is de De Genestetlaan, waar iets mis is met een dakgoot. Op dergelijke, wat grotere, klussen worden steevast twee monteurs gezet, dus we treffen al snel een collega aan voor de deur. Daar gebeurt iets wat kennelijk best regelmatig voorkomt: De bewoner is thuis, maar zegt de mannen niet binnen te kunnen laten. Het komt slecht uit. 

Heel tevreden

Onverrichterzake keren we om. Marco: “Huurders krijgen de dag ervoor te horen dat we langskomen. Soms is dat kennelijk te kort om ons te kunnen ontvangen. Jammer, maar het is natuurlijk graag of niet. Het heeft geen zin om aan te dringen. Ze kunnen bellen voor een nieuwe afspraak.” En weg zijn we alweer, op naar de Beneluxflat in het centrum. Daar kampt een bejaarde vrouw met een lekkende kraan. “Alles spatte onder”, vertelt ze als ze ons hartelijk heeft ontvangen. Marco heeft de oorzaak snel gevonden: De kraan zat niet goed vast. Ad rem antwoordt de vrouw met een knipoog: “Dan heeft je collega het laatst niet goed gedaan.”

 

Een geintje, want ze zegt heel tevreden te zijn over de service van Alwel. “Ze komen altijd snel en zorgen ervoor dat problemen worden verholpen.” Dat hoort Marco natuurlijk graag. Eenmaal buiten vertelt hij dat niet iedereen zo reageert. “Sommigen denken er heel gemakkelijk over. Omdat ze huren, verwachten ze dat we letterlijk dag en nacht klaarstaan. Maar dat is gelukkig een minderheid, hoor. De meeste mensen zijn echt blij met je. Zeker in volkswijken, daar kom ik het liefste.” Onderweg naar zijn bus stelt Marco tevreden vast: “Ik ben in feite eigen baas: ik ga de hele dag in alle vrijheid op pad om mensen te helpen. Prachtig toch?”

Ik ben in feite eigen baas: ik ga de hele dag in alle vrijheid op pad om mensen te helpen. Prachtig toch?
Marco repareert de kraan
Reparatie aan de dakgoot

Op zoek naar de stank

Volgende halte: Telefoonstraat. Ook voor een ervaren chauffeur kan het even zoeken zijn. De straat hebben we zo gevonden, maar het juiste adres bereiken we pas na een slingerende omweg. De klacht: een vage stank in de keuken. Als loodgieter voelt Marco al iets aankomen: “Loodgieters komen op de smerigste plekken. Dat is soms even slikken.” Maar deze keer valt het mee; de achterwand van een keukenkastje is beschimmeld door een eerdere lekkage. Gewoon even bestellen en dan vervangen, weet Marco. De huurder is gerustgesteld, al bleek vooral zijn vriendin zich te storen aan de geur. “Ik zet gewoon even een raam open.”

 

In de Helmersflat, onze volgende stop, moet wat meer gebeuren. Terwijl de monteur twee kranen vervangt, maken wij kennis met de oudere vrouw, die er al 34 jaar blijkt te wonen. Marco constateert dat een andere kraan is geïnstalleerd, die hij niet gratis mag vervangen. En een nieuwe van AlleeWonen kost € 115, geen gering bedrag. “Ik weet niet of we de kraan ooit zelf hebben vervangen”, zegt de vrouw. “Dat deed mijn man altijd en hij is onlangs overleden. Dus ik kan het hem niet meer vragen.”

Beetje sociaal werker

We nemen de tijd om haar verhaal rustig aan te horen. Ze heeft daar duidelijk behoefte aan, omdat ze nog maar weinig mensen spreekt. Later zal Marco zeggen: “Als onderhoudsmonteur ben je ook een beetje sociaal werker. Je weet niet hoeveel mensen eenzaam zijn in hun huizen. Alleen wij komen daadwerkelijk achter de voordeur. Dat is best een verantwoordelijkheid, waarin wij overigens regelmatig worden getraind. Zo krijgen we ook te maken met agressie, veel meer dan vroeger. Je kunt stellen dat ons werk niet zozeer is veranderd, maar de mensen wel. Ze zijn veel mondiger, eisen meer, terwijl wij minder tijd en geld aan hen kunnen besteden. Dat is jammer. We zijn dan wel het gezicht van Alwel, maar bepalen de regels niet. Ik hoop altijd dat mensen dat begrijpen. Maar begrijp me goed: ik vind het fantastisch werk en we krijgen veel voor elkaar.”

 

Tussendoor komen de monteurs regelmatig even terug naar het depot om hun voorraad aan te vullen, een bak koffie te drinken en een praatje te maken. Dat laatste is niet onbelangrijk, omdat ze klanten en klussen met elkaar moeten bespreken. Als woningcorporatie wil je met één mond spreken; dan weten huurders waar ze aan toe zijn. Bovendien is er weleens een gehaaide klant, die monteurs tegen elkaar probeert uit te spelen. Uiteraard is dat een kleine minderheid, verzekert Marco, veruit de meeste mensen zijn juist heel dankbaar.

 

Tekst: Michiel v.d. Broek van Spotless Mind
Fotografie: Christian Traets