In januari 2018 wonen ze vijftig jaar naast elkaar in de Haverschmidtlaan, in de Kroeven, in Roosendaal. Meneer en mevrouw van Loenhout op nummer 17, meneer en mevrouw Tireliren op nummer 19 en mevrouw Buijsen-Gabriëls op nummer 15. ‘We hebben elkaar nooit overlopen in die vijftig jaar. Maar als het nodig is, dan zijn we er voor elkaar.’ In de woonkamer van de familie van Loenhout vertellen ze hoe het is om een halve eeuw naast elkaar te wonen.

Hét recept voor een goede verstandhouding

Op elkaars verjaardagen komen ze niet. Ze hebben geen wekelijks koffieochtendje en zitten niet in een kaartclubje. Wel is er contact op momenten dat dat nodig is. Volgens de buren hét recept om vijftig jaar in een goede verstandhouding naast elkaar te kunnen wonen. ‘Natuurlijk speelden onze kinderen vroeger wel allemaal met elkaar,’ vertelt mevrouw Tireliren, ‘en zagen we elkaar daardoor bijna dagelijks. Maar we hebben elkaar nooit overlopen.’ Meneer van Loenhout: ‘Het voornaamste is dat er in al die jaren nog nooit ruzie is geweest. Iedereen heeft elkaar altijd in zijn waarde gelaten.' 

Een compleet nieuwe wijk

De woningnood is hoog in Nederland als halverwege de jaren zestig de Kroeven in Roosendaal in aanbouw is: een woonwijk aan de zuidkant van Roosendaal die vooral bestaat uit eengezinswoningen. De gezinnen van Loenhout, Tireliren en Buijsen krijgen op exact dezelfde dag de sleutel van hun nieuwe woning. Mevrouw Buijsen: ‘Ik weet nog dat ik met mijn man ging kijken toen de woningen in aanbouw waren. Achterop de fiets, want we hadden geen auto. Je kon kilometers ver kijken richting Nispen en er lag een enorm pak sneeuw. Het was ijskoud.’ 

Van een flatje naar een eengezinswoning

Meneer en mevrouw Buijsen hebben  dan al een zoontje van 18 maanden en mevrouw is zwanger van hun tweede kind. ‘Wij woonden op drie hoog in de Akeleiflat. Toen we hoorden dat er gebouwd ging worden, zijn we naar het woningbureau gegaan. Mijn man was timmerman en we kregen de woning eigenlijk direct toegewezen. Toen ging dat heel anders dan nu. Voor bijna dezelfde huurprijs kregen we een ruim huis met een tuin en genoeg kamers.’ 

‘Toen stond ineens de pastoor op de stoep’

‘116 gulden en 25 cent, inclusief verwarmingskosten’, vertelt meneer van Loenhout als wordt gevraagd wat de huurprijs destijds was. Zijn vrouw is ondertussen naar boven gelopen om de papieren erbij te halen. ‘Mijn vrouw en ik woonden in de helft van een eengezinswoning in de Westrand. We moesten de badkamer en het toilet delen met een ander gezin dat daar woonde. Ik had een advertentie gelezen van de bakkerscorporatie waarin ze op zoek waren naar een voorman/deegmaker. En dat aan huisvestiging zou worden meegewerkt. Ik heb toen gesolliciteerd, werd aangenomen en op die manier zijn we aan onze woning gekomen.’ Mevrouw van Loenhout: ‘Toen we aan het verhuizen waren, stond de pastoor ineens op de stoep. Die woonde op de Beetslaan. Ja, we hadden nog geen kinderen hè…’ 

Van Essen naar Roosendaal

De familie Tireliren komt van over de grens, uit Essen. Meneer Tireliren: ‘Ik was declarant aan de grens en wij woonden op dat moment in Essen. Ons eerste kind was al geboren, mijn vrouw was vier maanden in verwachting van de tweede. Mijn loon was eigenlijk tien gulden te laag om in aanmerking voor die woning te komen. Mijn baas heeft toen een brief getekend waarin hij verklaarde dat mijn loon hoger lag dan in werkelijkheid, waardoor we die woning toch konden krijgen.’ 

Een typische middenklasse wijk

De wijk was destijds in aanbouw en werd voornamelijk bevolkt door jonge gezinnen. Kinderen gingen naar de Watermolen, speelden gezellig buiten met elkaar, zaten op dezelfde sportclubs…Een typische middenklasse wijk met hardwerkende mensen. Langzaamaan komen de eerste auto’s in de wijk: bij Tireliren en Buijsen is dat een Volkswagen Kever, bij van Loenhout een Opel Kadett: ‘Zo’n mooie vierkante’. Het is er gemoedelijk en vredig: de eerste vijf jaar vindt er nauwelijks een verhuizing plaats. De mensen hebben het prima naar hun zin en blijven lekker in hun woning zitten. Van Loenhout: ‘Pas na een aantal jaren zag je de eerste verhuisbewegingen, mensen die gingen scheiden, of een huis gingen kopen.’

Natuurlijk speelden onze kinderen vroeger wel allemaal met elkaar en zagen we elkaar daardoor bijna dagelijks. Maar we hebben elkaar nooit overlopen. Het voornaamste is dat er in al die jaren nog nooit ruzie is geweest. Iedereen heeft elkaar altijd in zijn waarde gelaten.

Kopen of blijven huren?

Of dat voor hun nooit een optie is geweest? Alle drie de gezinnen beamen dat ze dat ooit wel hebben overwogen maar dat het er nooit van is gekomen. In de jaren zestig en zeventig is het hypotheekbeleid bij de banken heel anders dan in de decennia daarna en word je geacht een flink bedrag aan eigen geld mee te nemen. Voor de families Tireliren en Van Loenhout is dat een reden om niet te kopen. Mevrouw Buijsen: ‘We hebben er wel eens over gepraat maar mijn man was timmerman en het waren onzekere tijden in bouw. Je durfde het niet aan.’ 

Veel meer alleenstaanden

Waar het in het eerste deel van de jaren zeventig vooral jonge gezinnen zijn die de wijk bevolken, is dat aan het begin van 2018 heel anders. Meneer van Loenhout: ‘In de 58 sociale huurwoningen die er in dit blok staan, worden er nu 20 bewoond door alleenstaanden.’ Meneer Tireliren: ‘Het beleid was destijds ook heel anders. Toen kwam je op voorspraak in aanmerking voor een woning. Nu geldt een inkomensgrens in combinatie met de inschrijfduur.’ 

Verandering in de wijk

De aanwas van alleenstaanden en de komst van veel allochtonen hebben de wijk in de loop der jaren wel een iets ander karakter gegeven beamen ze gezamenlijk. Vroeger was het wat gemakkelijker om contact te maken of een praatje aan te knopen vertellen ze. Toch wonen ze nog met veel plezier in de wijk. De huurprijs van de sociale huurwoningen is erg aantrekkelijk en sinds de laatste renovatie hebben zowel de wijk zelf, als de huizen een positieve impuls gekregen.  

 

Grondige renovatie

Meneer van Loenhout: ‘De huizen zijn drie of vier keer gerenoveerd in al die jaren. Voor de laatste renovatie waren de woningen echt versleten. Nu kunnen ze weer járen mee: de renovatie van 2011 was heel grondig. Alles is nu perfect geïsoleerd bijvoorbeeld.’ Mevrouw van Loenhout: ‘Ik heb de verwarming dit seizoen nog niet aangehad en het is overdag gewoon 21 graden. ’ s Nachts zet ik de thermostaat op 17.’ ‘Bij mij is dat ook zo’, bevestigt mevrouw Buijsen. Mevrouw Tireliren: ‘Ik vind het wel jammer dat we boven nog steeds geen toilet hebben. Die optie hadden we wel bij de laatste renovatie, maar daar hebben we geen gebruik van gemaakt.’ 

Hoogtepunten en dieptepunten

Gevraagd naar het hoogtepunt van vijftig jaar naast elkaar wonen, kijken de gezinnen elkaar aan. Mevrouw Tireliren: ‘Het opgroeien met elkaar en de kinderen.’ Allemaal hebben ze kleinkinderen inmiddels, mevrouw Buijsen zelfs al een achterkleinkind. Meneer van Loenhout: ‘Er voor elkaar zijn als het nodig is. Toen ik ziek was stonden de buren altijd meteen klaar. En Frans, de man van mevrouw Buijsen kon geweldig klussen, die heeft me altijd geholpen.’ Mevrouw Buijsen: ‘Ik geloof niet dat de woningcorporatie twee keer bij ons is geweest voor een reparatie. Mijn man deed alles zelf.’ Daarmee komen we tegelijkertijd bij het dieptepunt van vijftig jaar buurschap. Het overlijden in december 2016 van meneer Buijsen: een hartstilstand tijdens het wandelen. Mevrouw Buijsen: ‘Mijn leven begon pas toen ik Frans leerde kennen.’  

‘Verhuizen? Nee hoor, we installeren wel een traplift.’

Hoewel ze alle vijf de zeventig al zijn gepasseerd piekeren ze er niet over om naar een appartement of aanleunwoning te gaan. Ja, voor als het zover is zijn ze voorzichtig aan het kijken hoe het straks verder moet als ze meer zorgbehoevend worden. Maar dat kijken gaat voorlopig niet verder dan de navraag naar verschillende typen trapliften en de installatie daarvan. Ze willen namelijk nog veel te graag in hun huidige woning blijven zitten.