Groot van stuk is ze niet, de nieuwe buurtbeheerder van AlleeWonen in de Bredase wijk Biesdonk, maar zichtbaar is ze wel degelijk. Vier dagen per week loopt ze in haar AlleeWonen-outfit door de wijk. En behalve zichtbaar is ze ook hoorbaar; haar schaterende lach galmt regelmatig tussen de vijf flats aan de Roeselarestraat en tussen de laagbouw van de Belgische buurt. Een opgewekte en kordate vrouw, die Oesha Barhoe. Sinds 1 januari 2017 is ze buurtbeheerder voor Biesdonk: een nieuwe functie die het sociaal beheer en de leefbaarheid in de Noord-Bredase wijk verder moet verhogen. Oesha neemt ons mee door “haar” wijk en geeft een inkijkje in haar dynamische job.

‘De vervuiler moet betalen’

Nog voordat we haar kantoortje aan de Leijeflat instappen wijst ze ons op de grote berg grofvuil die pal voor de entree van de flat staat: het eerste gespreksonderwerp dient zich vanzelf aan. Oesha: ‘Ik heb navraag gedaan bij de bewoners of ze gezien hebben wie het daar heeft neergezet maar niemand weet het. En ík word er op aangesproken.’ De spullen blijken afkomstig van iemand die onlangs is verhuisd. Oesha: ‘Vandaag wordt het grofvuil opgehaald en gaat de rekening naar de oude bewoner. Ik ben van mening dat de vervuiler moet betalen. Als we niet weten van wie het vuil is, komen de kosten voor het verwijderen van afval op dit moment nog voor rekening van AlleeWonen. We zijn binnen AlleeWonen aan het onderzoeken hoe we hier mee om willen gaan en zoeken naar mogelijkheden om deze kosten te kunnen verhalen.’ 

Een bekend gezicht voor de bewoners

Het is één van de initiatieven die Oesha in een half jaartje buurtbeheer heeft opgepakt. Na ruim elf jaar als wijkbeheerder in een slapende wijk in haar woonplaats Dordrecht te hebben gewerkt, was ze toe aan een nieuwe uitdaging. En die vond ze direct in Biesdonk. Tot grote vreugde van de bewoners: “Hé Oes, we zijn echt blij dat je er bent. Hé Oes, je bent echt een aanpakker”. “Hé Oes, heb je dit al gehoord?.” “Hé Oes, wanneer wordt die rommel opgehaald?” In het voorbijgaan laten bewoners blijken dat haar aanwezigheid wordt opgemerkt. Steeds vaker doen ze een beroep op haar en daar is het Oesha precies om te doen. ‘Ik wil een bekend gezicht zijn voor de bewoners. Hoe meer je door de wijk loopt, hoe meer contact je met ze krijgt.’ 

Participatie komt moeilijk van de grond

Een van Oesha’s eerste wapenfeiten is een opruimdag voor alle bewoners van de vijf flats van de Roeselarestraat. Die kwam onder meer voort uit een enquête die ze onder bewoners hadden gehouden en waarin werd gevraagd naar hun behoeften. Ze wilden graag een vast aanspreekpunt in de wijk en iets aan de vervuiling rondom de complexen doen. ‘Toch was de animo voor de opruimdag niet groot’, vertelt Oesha. ‘Van de ruim driehonderd bewoners kwamen er vijftien opdagen: en de maandag daarop stond alles weer vol.’ Voor Oesha een duidelijk signaal dat de participatie moeilijk van de grond te krijgen is. En dat ze daar dus iets aan moet gaan doen. ‘Je hebt elkaar gewoon nodig in de buurt.’

Van vele markten thuis

Als ze haar werkzaamheden opsomt, dringt pas door hoe divers die zijn. Ze bemiddelt bij onenigheden tussen buren, stapt op bewoners af als ze overlast veroorzaken, gaat vervuiling tegen, houdt de complexen schoon, heel en veilig, schakelt met hulpverleningsinstanties en netwerkpartners als het nodig is, houdt spreekuur, staat in nauw contact met wijkconsulenten, zorgt dat bewoners hun tuinen op orde hebben, signaleert en verwijst door bij huurachterstanden, en maakt een “praatje pot”, zoals ze het zelf diverse keren noemt, met bewoners. Om vertrouwen te winnen, om te achterhalen wat er nu precies achter de voordeuren in Biesdonk gebeurt en om bewoners met elkaar in contact te brengen. ‘Mijn werk is enorm veelzijdig.’ 

Dagelijkse routine: een rondje langs de velden

Oesha neemt ons mee op haar dagelijkse ochtendronde. Nadat in Dordrecht om zes uur de wekker is gegaan, pikt ze rond half acht haar autootje op op het hoofdkantoor. Om kwart voor acht overleg met haar collega van de Jan Darkennisstraat, haar agenda checken voor die dag, en dan “en route”. Bij alle vijf de flats controleert ze de containerruimte, de bergingsruimten en de brandgangen. Met de lift gaat ze omhoog naar de bovenste verdieping, op iedere verdieping kijkt ze door het glas in de liftdeur of er ongeregeldheden te zien zijn. Via de brandtrap gaat ze vervolgens alle verdiepingen nog eens langs. In de tweede flat is het meteen raak: een bewoner die de dag ervoor een gasfornuis voor zijn flatdeur had staan, heeft ondanks de waarschuwingskaart die Oesha erop heeft geplakt geen actie ondernomen. Oesha belt aan: ondanks de luide muziek wordt er niet opengedaan. ‘Daar gaat dus een melding van gemaakt worden. Is het fornuis morgen niet weg, dan laat ik het weghalen. En is de rekening voor de bewoner.’ 

Probleem vooralsnog opgelost

Op naar flat drie. Daar is een paar weken geleden een melding geweest van een enorme benzinelucht. De bewoners die hun slaapkamer pal boven de berging hebben, hebben zelfs een nacht elders doorgebracht. Het probleem en de veroorzaker zijn bekend bij Oesha, maar de bewoner die de benzinelucht veroorzaakt is al twee weken spoorloos. Als Oesha de bergingsruimte inspecteert, ziet ze tot haar eigen verbazing de scooter van de veroorzaker er weer staan. Van een benzinelucht is niets te merken. Als we bij de bewoners die de overlast hebben gemeld aanbellen en binnen mogen komen, blijkt dat er inderdaad geen sprake meer is van stankoverlast. Waarschijnlijk start hij zijn scooter inmiddels buiten de flat. Probleem vooralsnog opgelost. 

Ik wil een bekend gezicht zijn voor de bewoners. Hoe meer je door de wijk loopt, hoe meer contact je met ze krijgt
Oesha loopt regelmatig door de wijk om een praatje met bewoners aan te knopen
Voor het buurtbeheerderskantoor van de Roeselareflats

Nazorg hoort er ook bij

Op weg naar de volgende flat volgt de ene begroeting na de andere. “Hoi, hoe is het”. Hé, gaat alles goed?” Na een hilarische anekdote waarin een bewoner vertelt dat Oesha in haar beginperiode per abuis een slot van hem heeft laten verwisselen waardoor hij niet meer bij z’n motor kon en dacht dat die gestolen was, kloppen we aan bij een oudere mevrouw. Een paar weken terug was er brand op haar balkon en heeft Oesha de bejaarde vrouw bijgestaan terwijl de brandweer het vuur bluste. Nazorg hoort ook bij haar werk. De leeftijd van mevrouw (86) begint haar parten te spelen.  Ook werkt het beeldscherm van haar intercom niet, waardoor ze niet kan zien wie er voor haar deur staat. Oesha onderneemt direct actie en gaat nog dezelfde middag in overleg met Ahmet, de wijkconsulent van AlleeWonen in Biesdonk, om de situatie van mevrouw te bespreken en om te kijken welke actie verder nodig is. Oesha: ‘Mijn ochtendronde door alle vijf de flats duurt normaal gesproken zo’n tweeëneenhalf uur. Maar dat kan ook zomaar drie uur worden. Na mijn route, pak ik de scooter en ga ik richting de laagbouw aan de andere kant van Biesdonk.’ 

Exact op de hoogte van alle afspraken

We rijden met Oesha mee: in haar dienstautootje deze keer. Nauwgezet inspecteert ze de voortuintjes van de woningen. Is een tuin niet op orde, dan weet ze feilloos wie de bewoner is, welke afspraken ze met hem of haar heeft gemaakt, en wat de status van die afspraken is. ‘Meestal geef ik bewoners een paar weken de tijd om hun tuin op orde te maken. Soms hebben ze geen geld maar een andere keer is het gewoon een kwestie van onverschilligheid. Dan ga ik een stevig gesprek met ze aan.’ 

Activeren en motiveren

Op haar kantoor in de Maaseikstraat aangekomen vertelt Oesha enthousiast over dit deel van Biesdonk en hoe ze vanaf dag één samen met wijkconsulent Ahmet aan hun zichtbaarheid hebben gewerkt. Oesha: ‘Ahmet en ik zijn hier nieuw in de buurt: om onszelf te introduceren hebben we flyers laten maken en hebben we een inloopmiddag georganiseerd, maar daar kwam weinig respons op. Door rond te lopen, zichtbaar te zijn en gewoon bij mensen aan te bellen, zijn we toch in contact gekomen met de bewoners. Nu proberen we ze ook te activeren en te motiveren. Zo hebben we afgelopen Hemelvaartsdag samen met netwerkpartners als Werk aan de Wijk, Breda Actief, Jongerenwerk, TOSS, de gemeente en de projecten Grote Broer en Grote Zus een sport- en spelmiddag georganiseerd. Veel jongeren in de wijk klaagden namelijk dat er zo weinig te doen was. Die kick-off was een enorm succes, daar kwamen meer dan honderd kinderen op af. Het doel was onder meer om jonge vrijwilligers te vinden die het leuk vinden om activiteiten voor jongeren te organiseren: dat is ons prima gelukt, alhoewel de animo onder de ouders niet zo heel groot was.’

Nog een paar telefoontjes plegen

Na vier uur door de wijk te hebben gelopen, heeft Oesha ons een aardig beeld gegeven van haar werk als buurtbeheerder en de invulling die zij er zelf aan geeft. Na een jaar vindt er een evaluatie plaats van de nieuwe buurtbeheerder in Biesdonk. Dat Oesha de targets haalt die ze van tevoren heeft meekregen – goede samenwerking met de netwerkpartners, zorgen dat je herkenbaar wordt, en zichtbaar en benaderbaar zijn voor de buurt en de bewoners – staat buiten kijf. Opgewekt zwaait ze ons uit: ze moet nog een paar telefoontjes plegen. 

Meer buurtbeheer

AlleeWonen heeft in Breda het aantal buurtbeheerders vanaf 2017 uitgebreid naar de wijken Tuinzigt, Fellenoord, Biesdonk en Geeren-Zuid Laagbouw. In deze wijken was er nog geen buurtbeheer, behalve in de hoogbouwcomplexen. AlleeWonen merkte dat de individuele problemen van veel bewoners groter werden door veranderingen in de samenleving. Daarom heeft ze enkele jaren geleden de huismeester een meer sociale rol gegeven. Die sociale aandacht blijkt steeds harder nodig. Met buurbeheerders hoopt AlleeWonen hier nog meer aandacht aan te kunnen geven. De buurtbeheerders gaan zich vooral richten op het dagelijks sociaal beheer van de eengezinswoningen in de genoemde wijken. De afgelopen jaren heeft AlleeWonen in de buurten Gageldonk en Kesteren positieve ervaringen opgedaan met het inzetten van een buurtbeheerder. Op sommige seniorencomplexen is begin 2017 een complexbeheerder gekomen die specifiek getraind wordt op omgang met deze doelgroep en bijbehorende problematiek. AlleeWonen merkt heel vaak dat de wijzigingen in de zorg ertoe leiden dat senioren langer in hun huidige huis moeten blijven wonen. Dit leidt steeds vaker tot schrijnende situaties. In Roosendaal zijn er ook buurtbeheerders actief, daar worden ze wijkbeheerders genoemd.

Tekst: Etienne van Breugel E10 communicatie

Fotografie: Tim Eshuis